werkplaats agroforestry: een bijzondere samenwerking

Marieke Karssen is directeur van Voedsel uit het Bos. Arne Driessen is mede-oprichter van kwekerij Koperwiek. Samen zijn dit de aanvragers van de LEADER subsidie. Linda Buijsman is werkzaam als projectleider voor het LEADER project ‘werkplaats Agroforestry’.

Het project is er mede op gericht om een loods op het terrein van kwekerij Koperwiek in Hazerswoude-dorp in te richten als Werkplaats Agroforestry.

Arne Driessen: “Agroforestry is een verzamelnaam voor vele vormen van landbouw waarbij bomen en struiken een duidelijke rol spelen. Het wordt een plek waar je al aangelegde projecten kunt volgen en meer te weten kunt komen over de achtergrond achter deze projecten, bijvoorbeeld het businessmodel. Ook over de beschikbare machines voor in deze systemen, over welke ( verse en verwerkte ) producten er uit Agroforestry systemen kunnen komen. Er komen ook een keuken, vergaderruimten en zelfs een auditorium met kleine tribunes waar presentaties, lezingen of conferenties voor grote groepen kunnen worden gegeven.”

Bouwen aan het netwerk en aan projecten

Marieke: “In het netwerk – dat nu al wordt opgebouwd – wordt kennis en ervaring opgedaan én gedeeld die relevant is voor boeren en ondernemers in de regio. Er is in het project ruimte voor drie pilotprojecten voor agrarisch ondernemers. In die pilots kan er voor 1 hectare een ontwerp en een plan worden gemaakt en doorgerekend. Ook worden er twee nieuwe product- markt combinaties ontwikkeld waarin we ondernemers begeleiden bij het ontwikkelen en in de markt zetten van nieuwe producten. De kennis en ervaring die we opdoen in dit project worden natuurlijk gedeeld met iedereen die geïnteresseerd is.”

Op 14 april was de kick-off van de eerste twee informatiebijeenkomsten, één voor melkveehouders en één voor akkerbouwers. Linda: “De opkomst had nog groter gekund, maar de aanwezige deelnemers vertegenwoordigden wel precies de doelgroep die wij voor ogen hebben, namelijk reguliere agrarische ondernemers. Het waren ook inhoudelijk goede bijeenkomsten, met interessante inleidingen van mensen uit de praktijk en goede gesprekken, positieve reacties en feedback. Zo was er een LTO-bestuurder, zelf ook melkveehouder, die aangaf dat hij vanuit zijn achterban hier wel vragen over krijgt en daarom hier zijn licht kwam opsteken.”

Is er nog verschil in interesse en reacties tussen veehouders en akkerbouwers? Linda: “Je ziet dat akkerbouwers al nadrukkelijker te maken hebben met klimaatverandering, beschikbaarheid van zoet water en hittestress en op zoek zijn naar nieuwe klimaatbestendige teeltwijzen.”

Onderbouwen met data en onderzoek

Marieke: “Behalve praktijkverhalen, is het er ons ook om te doen om de pilots te onderbouwen met gedegen data. We gaan de nieuw te maken plannen uitzetten met GPS en aan de hand van die plantlocaties gaan we uitval, groei en oogst monitoren. Hoewel dat deels locatie afhankelijk is, is dat is belangrijke informatie om te verzamelen. Hoe meer data we verzamelen, hoe beter we hier lessen uit kunnen leren. We bouwen een nieuw platform op de site waar de boer deze data kan verzamelen, zodat iedereen daarvan kan leren.

Linda vult aan: “Er is al veel onderzoek gedaan naar soorten en bijvoorbeeld naar akkerbouw in combinatie met bomen, je ziet dat de luwte die ontstaat een positief effect kan hebben op de hoeveelheid oogst van het akkerbouwgewas. Daarnaast wordt er al veel geschreven over bijvoorbeeld de positieve effecten van schaduw voor het vee in boomweides en extra voedingsstoffen door voederhagen. Bovendien is het voor boeren goed om op de hoogte te zijn van de laatste regelgeving en GLB. Deze kennis delen we met de boeren die aan onze pilots meedoen en zetten we ook om in laagdrempelige  ‘wist-je-dat-jes’, die we via onze nieuwsbrief en andere kanalen verspreiden.”

De cruciale vraag is natuurlijk of er onder de aanwezigen ook interesse is om mee te doen aan de pilots. Linda: “Ja, daar is zeker belangstelling voor. We kregen naderhand ook vragen om informatie van agrariërs die niet bij de bijeenkomst konden zijn, maar wel serieus geïnteresseerd zijn.”

Regeneratief boeren op een kwekerij

Voor het vervolg staat nog een informatiebijeenkomst voor de doelgroep kwekers op het programma. Daar houdt Arne Driessen zich mee bezig. Die bijeenkomst zal zich richten op kwekers in de Greenport-regio Boskoop die stappen zetten om natuurinclusiever te telen.“We delen met kwekers onderling en informeel kennis over natuurinclusieve en regeneratieve beheersmaatregelen. Daarbij gaat het over waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid, waard- en bankerplanten voor natuurlijke plaagbestrijding, maar ook tal van regeneratieve maatregelen zoals het inzetten van onderbegroeiing met bijvoorbeeld klaver, het worteldippen van het plantgoed in mycorrhiza ( met planten samenwerkende schimmels), het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en het inzetten van loopeenden en varkens op onze kwekerij.”

Het delen van kennis en ervaring is heel belangrijk. “Op onze kwekerij kunnen boeren en kwekers al veel voorbeelden en resultaten zien van 

wat wij hier doen en hoe we werken zonder bestrijdingsmiddelen of kunstmest. We kunnen ze vertellen over het effect van onderbegroeiing op de onkruiddruk en over de irrigatie behoefte. In de werkplaats vullen we dat in de toekomst aan met informatieposters, exposities, voorbeeld machines en verwerkte producten uit agroforestry systemen die interessant kunnen zijn.”

Een toekomstbestendige landbouw, de voordelen worden zichtbaar

De redelijk constante factoren die jarenlang de basis zijn geweest van de reguliere high-input high-output landbouw zijn snel aan het veranderen. Zowel het klimaat als de kosten voor input zijn zeer onvoorspelbaar geworden. Het weer is de afgelopen jaren veel extremer geworden. Het kan vroeg in het jaar al een lange periode warm en droog zijn, zoals dit jaar.

Arne: “Laatst sprak ik een grote akkerbouwer van de Zuid-Hollandse eilanden; hij vertelde dat zijn land dit voorjaar zo droog is, dat hij wekenlang intensief zou moeten beregenen. Met de huidige dieselprijzen en de hoeveelheid diesel die beregenen vergt, is dat niet meer rendabel.”

Arne geeft aan: ”De voordelen van landbouwsystemen met bomen en struiken worden duidelijker naarmate de omstandigheden extremer zijn. Agroforestry komt nu in een nieuwe fase, we zijn de pioniersfase voorbij. In veel projecten wordt duidelijk zichtbaar hoe veerkrachtig landbouw met bomen is. Als een systeem eenmaal aan de gang is, is het zoveel bestendiger tegen extreme weersomstandigheden dan 1-jarige gewassen; wortelnetwerken zijn zoveel groter, wortels gaan dieper én er is veel meer sprake van samenwerking tussen plant en bodemleven. Zodra bomen goed zijn geworteld en de bodem zelf in staat is regenwater goed te bufferen, is beregenen niet meer nodig. Bovendien kunnen bomen in combinatie met akkerbouw een rol spelen om de wind bij warm en droog weer te remmen. Hierdoor verdampt er minder water van de velden, dat wordt steeds belangrijker.”

De volgende fase heet opschalen

“We zijn nu op het punt gekomen, dat je kunt zeggen dat de meeste wielen wel zijn uitgevonden. Het gaat er nu om dat de opgedane kennis goed wordt gedeeld én dat we nieuwe kennis en ervaring sneller gaan delen met elkaar, zodat we sneller kunnen door ontwikkelen. Dit is ook een van de doelen van ons project: om een plek te creëren waar we samen een kennis- en ervaringsnetwerk kunnen ontwikkelen. Omschakelen van reguliere landbouw naar een systeem waarin bomen en struiken een duidelijke rol spelen is voor veel boeren een ingrijpende overgang; van een relatief eenvoudig input-output model, naar leren denken in een meerjarig ecosysteem. Agroforestry vergt vooral bij de aanleg een grote investering. Een omslag van een lopend regulier bedrijf naar Agroforestry vraagt dus om een stapsgewijze aanpak. Zo kun je ervoor kiezen om de investering te spreiden en per stap tijdens de transitieperiode bekijken hoe het bedrijf inkomen genereert.” Het blijft een spanningsveld tussen denken op zowel korte als lange termijn. Arne: “Omschakelen hoeft niet per se te betekenen dat er een gat in inkomsten valt van vijf jaar of langer.”

Nieuwe producten uit nieuwe landbouw

Marieke: “Het is natuurlijk ook belangrijk om te weten wat je met oogst kunt, welke producten zijn interessant en leveren een goede bijdrage aan het businessmodel. Belangrijk om vooraf goed na te denken over welke producten je wilt verkopen. Wil je vers leveren of juist verwerkt met vaak meer marge? Dat is belangrijk om te weten of je bijvoorbeeld handappels of ciderappels gaat aanplanten.”

Marieke: “Ik ga de komende tijd samen met het team aan de slag met de product-marktcombinaties, speciaal gericht om ondernemers met een plan om oogst uit agroforestry om te zetten in een vernieuwend product en dat op de markt brengen. Het meest interessant voor de ondernemer is dan de korte keten. Op donderdag 9 juli aanstaande wordt een introductiebijeenkomst gehouden waarvoor we ons richten op lokale voedselondernemers en korte keten initiatieven zoals bijvoorbeeld de Groene Hart coöperatie.”

De verbouwing

En dan moet uiteraard de piéce de resistance nog worden gerealiseerd: de verbouwing van de loods tot werkplaats. De verbouwing wordt gecoördineerd door Michiel van den Hoven, mede-oprichter van kwekerij Koperwiek. Arne: “Wij zijn ervan overtuigd dat als de Werkplaats volgend jaar in gebruik kan worden genomen, de locatie katalyserend gaat werken in de regio.”

Ook een LEADER aanvragen?

Hebben Marieke en Linda nog tips voor mensen die nog van plan zijn een LEADER-aanvraag in te dienen? Marieke: “De lat ligt best hoog. Als je vaag blijft in wat je wilt bereiken en hoe je het wilt realiseren, maak je een stuk minder kans. Wat ik geleerd heb en graag aan degenen die na ons komen wil doorgeven: maak je plan zo concreet mogelijk!”